Er
zijn verschillende manieren om rendementen van gastoestellen te
berekenen. In ons land werd tot voor kort een methode gehanteerd
waarbij de warmte in verbrandingsgassen ook werd meegenomen in
de berekening. Voor ons Nederlanders - als uitvinders van de HR-technologie
- is die rekenmethode logisch, omdat HR-ketels gebruik maken van
deze warmte. In Europa rekent men echter anders. De warmte in
verbrandingsgassen wordt gezien als ‘restproduct’
en dus niet meegerekend. Zoals gezegd benutten HR-ketels de warmte
van dit ‘restproduct’ juist wél en daardoor
ontstaan er rendementen van meer dan 100%.
Het
is even wennen, maar omdat alle Europese landen de rendementen
op deze manier berekenen, doen wij het nu ook zo. Gaskeur onderscheidt
in de categorie HR-ketels drie klassen: HR 100, HR 104 en HR 107.
Verder is het vaak zo dat het uiteindelijk bepaalde vermogen voor
de centrale verwarming voldoende is maar voor de gewenste warm-tapwater
capaciteit een cv-ketel met meer vermogen moet worden gekozen.
|