U bent hier: particulier service en onderhoud veel gestelde vragen

Controleer eerst of de druk van uw CV-installatie in orde is. Kijk hiervoor op de drukmeter
van uw cv-ketel. Wanneer de wijzer boven de 1 bar staat is er geen aanleiding de installatie bij te vullen.

Wanneer de wijzer tot onder de 1 bar is gezakt zit er te weinig water in het systeem.
Hierdoor is de druk in de installatie te laag. De druk in de CV-installatie moet na het vullen
op 2 bar staan (niet hoger) en zal waarschijnlijk na het ontluchten nog iets zakken tot
ongeveer 1.8 bar.

LET OP:
Wanneer de CV-installatie nog warmer is dan 65°C, NIET bijvullen! Mocht er onverhoopt iets
mis gaan dan is de veiligheid van uzelf en anderen in het geding! Bel zonodig eerst met de
serviceafdeling van Wassink Installatie wanneer u nog vragen heeft. Telefoonnummer 0900-
2359277

1. Inspecteer vooraf of de slang niet beschadigd is en de koppelingen zijn voorzien van goede slangklemmen. Vervang deze zonodig om een lekkage te voorkomen.

2.
Trek het netsnoer van het cv toestel uit het stopcontact, controleer of de vulkraan van de CV-installatie in de "gesloten" stand staat en schroef de beschermingkap (dop) van de vulkraan los.

3.
Koppel een kant van de vulslang vast aan de waterleidingkraan, houdt het andere uiteinde boven een emmer, gootsteen of wasbak en draai de kraan een stukje open.

4.
Wacht totdat u er zeker van bent dat er geen luchtbellen meer in de waterstraal aanwezig zijn, draai dan pas de waterleidingkraan weer dicht.

5.
Koppel het vrije einde van de vulslang vervolgens vast aan de vulkraan van uw cv installatie (houdt eventueel uw duim op de vrije koppeling van de vulslang om druppen of leeglopen te voorkomen).

6.
Draai de waterleidingkraan een klein stukje open (de vulslang komt nu onder druk te staan) en controleer of de koppelingen en de slang niet lekken.

7.
Draai nu de vulkraan van de CV-installatie open en draai vervolgens de waterleidingkraan wat verder open. Het bijvullen is begonnen!

8.
Houdt de drukmeter van de CV-installatie goed in de gaten, bij circa 2 bar draait u BEIDE kranen dicht (laat u eventueel assisteren door een ander die u waarschuwt als de druk is bereikt).

9.
Ontkoppel vervolgens het slangeinde bij de hoogste kraan, hang het uiteinde in een emmer, ontkoppel de andere kant en laat de slang leeglopen in de emmer.

10.
Draai de beschermingkap (dop) weer terug op de vulkraan van uw CV-installatie en steek het netsnoer van het cv toestel weer terug in het stopcontact. De slang kan worden opgeborgen.

Terug